Fotograaf: JensG (pixabay.com)

Wilde Paddenstoelenwandeling 2016

Peperboleet, foto van zwammen in Zuidhorn

Peperboleet, foto van zwammen in Zuidhorn

Zondag 30 oktober 2016 ,een droge ochtend, maar met een beetje vocht in de lucht. De herfst zorgt voor een tinteling aan de binnenkant van mijn neus. Na een lange droge periode, is er vorige week een flinke regenbui geweest. Ook is de nachttemperatuur al een paar keer tot het vriespunt gedaald; signalen voor het schimmelrijk om aan de volgende generatie te denken: paddenstoelen.

Slow Food IJsselvallei had een activiteit georganiseerd om paddenstoelen te gaan zoeken, eetbaar en niet eetbaar. Erik Schoenmakers, een biologisch werkende paddenstoelenverkoper en collega van Pip, was onze gastheer. De wandeling begon bij zijn huis, grenzend aan het bos, in Lettele. Negen nieuwsgierige deelnemers, stelden zich aan elkaar voor. Eén deelnemer, Gerrit Jan Keizer uit Deventer, had zich aangemeld om zijn kennis en ervaringen met de groep te delen. Deze bosecoloog en gedreven mycoloog was een wandelende bron van informatie en bijzondere verhalen.

Erik nam de leiding bij de wandeling en de eerste vondst was vlug gevonden: een peperboleet. Huppelend van enthousiasme nam Erik het mes uit zijn broekzak en de peperboleet was snel verdeeld. Gelukkig was het maar een kleine paddenstoel want het minuscule stukje dat iedereen kreeg om te proeven (“niet doorslikken”) was groot genoeg om verrassende reacties te ontlokken: “he-e-e-et”!

Gerrit Jan was tot de eerste paddenstoel redelijk rustig. Misschien had het proeven iets losgemaakt bij hem want vanaf de peperboleet was hij niet meer te stoppen met zijn verhalen. De volgende vijf paddenstoelen waren binnen een vierkante meter te vinden, allemaal met hun eigen kenmerken en eigenschappen. Een van de grote verdiensten van Gerrit Jan is zijn achtergrond als bosecoloog, want om meer over paddenstoelen in het bos te willen weten moet je omhoog kijken. Schimmels groeien weliswaar onder de grond, maar ze hebben bomen en struiken nodig boven de grond. Schimmels kunnen geen suikers maken, maar bomen n struiken wel. Heel veel schimmels hebben een samenwerkingsverband met bepaalde boomsoorten om aan suikers te komen. Deze “mycorrhiza” schimmels vormen een soort mantel rondom de worteluiteinden van een boom en dringen de uiteinden van de wortelpuntjes binnen. De schimmels krijgen toegang tot de suikers en als “betaling” beschermen ze o.m. de boom tegen andere ongewenste schimmels. De schimmels worden hiermee een verlengstuk van de wortels. Deze kunnen daardoor een groter oppervlak bereiken. Op deze manier heeft de boom een grotere kans om voldoende nutriënten en vocht uit de bodem te halen.

 
Rodekoolzwam, foto van Kijk in de natuur

Rodekoolzwam, foto van Kijk in de natuur


Sommige bomen vormen een bijzondere relatie met een paddenstoel. Een voorbeeld is de rodekoolzwam met een oude beuk. Ze hebben elkaar echt nodig. Dit jaar zijn er erg veel beukennootjes gevallen (een “mastjaar”), een feestjaar voor de rodekoolzwam. De rodekoolzwam is heel vaak aanwezig als schimmeldraad op de fijne wortels van de beuk, maar dat konden wij uiteraard niet zien. Aan het uiteinde van de kroon van de beuk vallen de meeste beukennootjes en het was niet toevallig dat de rodekoolzwammetjes juist daar te vinden waren, ja, dat zagen wij wel. Uit een beukennootje komt een beukenzaailing en een zaailing kan alleen overleven als hij een rodekoolzwammantel om zich heen heeft. Andere beukenzaailingen krijgen zonder de hulp van een rodekoolzwam onvoldoende voedingstoffen en vocht en sterven af. Een rodekoolzwam schimmeldraad om een zaailing staat in verbinding met het grote netwerk van schimmeldraden of “moeder zwamvlok” rondom de beuk. Via dit grote voedselnetwerk krijgt een rodekoolzwam genoeg suikers aangeleverd om de zaailing van nutriënten en vocht te voorzien. Als de jonge zaailing zelf bladeren heeft gemaakt en dus zelf suikers kan maken, heeft de schimmel geen rol meer en kan de zaailing zelfstandig verder groeien.

Na deze uitgebreide uitleg van Gerrit Jan liepen wij verder met onze ogen op de grond gericht. Wij verlieten een loofhoutbos en kwamen terecht bij een perceel met aangeplant naaldhout Hier waren andere soorten paddenstoelen te vinden. Sommige paddenstoelen vind je op allerlei boomsoorten zoals de regenboog russula, en andere soorten groeien alleen op bepaalde boomsoorten. Bij voorbeeld de eetbare- en smakelijke dennenzwavelkop is alleen op dennen te vinden. Andere soorten hebben speciale kenmerken en kunnen gezien worden als een indicator voor een bepaalde situatie in het bos. Een roodbruine schijntrechter of een geelwitte russula op strooisel in het bos geeft aan dat de afbraak van strooisel stagneert. Je moet het maar weten!

 

Gerrit Jan bleek een onuitputtelijk bron van informatie. De groep bleef geïnteresseerd in alles wat hij te vertellen had en de tijd vloog voorbij. Pogingen om heel opvallend op mijn horloge te kijken en aan te geven dat wij lang al terug bij het huis van Erik hadden moeten zijn waren hopeloos . Ik gaf het op en voegde me weer bij de groep om nog een uitleg van Gerrit Jan te horen. Het groepje stond naar beneden te kijken naar enkele dikke witte bolletjes in de grond. Een vreemde onprettige geur hing in de lucht. Gert Jan slaakte een kreet van verbazing wees in de richting van een trotse uitstekende witte paddenstoel met een slanke groene slijmerige hoed: jawel, wij waren in het bijzijn van stinkzwammen! Erik begon te glimlachen en zijn mes kwam weer vliegensvlug tevoorschijn. Een dikke bol werd opgeofferd en opengesneden. Het heksenei van de stinkzwam zag er heel indrukwekkend en bijzonder onsmakelijk uit. Onder het aanhoren van het verhaal van Gerrit Jan over de oorsprong van de benaming van een heksenei uit de Middeleeuwen (denk aan heksen, nachtelijke tochten, seksuele activiteiten en het uiterlijk en de Latijnse naam van een stinkzwam) werd de binnenkant van het heksenei geproefd. Een unieke ervaring voor de meeste deelnemers.

Na het bekijken van ongeveer 61 verschillende paddenstoelen in anderhalf uur tijd kwamen wij terug op het erf van Erik. Met onze hoofden vol duizelingwekkende namen van paddenstoelen: dennenvlamhoed, plooivlieswaaiertje, korsthoutskoolzwam, elfenschermpje, koningsmantel en prachtvlamhoed om een paar te noemen. Erik verraste ons met een grote pan stomende paddenstoel-groentesoep. Een uitstekend maaltijd en een fijne manier om een bijzondere leuke en leerzame ochtend te beëindigen.

Meer informatie over paddenstoelen: www.soortenbank.nl / De Verborgen Boom geschreven door Gerrit Jan Keizer

Verslag van Pip Gilmore Groene Takken

 
doorzoek de site
 

- Tip 2 -

Wist je dat hommels graag een nest maken in een oud vogelhuisje of een muizenhol? Een kruik in een stapelmuur kan eerst onderdak bieden aan een muizenfamilie en nadien een hommelnest worden. Muizen eten graag slakken.

 

Zoekt u een bedrijf?

Met behulp van onze interactieve zoekfunctie kunt u Wilde Weelde bedrijven vinden.

Volg Wilde Weelde ook op Facebook en Twitter